Meer informatie?
Bel 0252-714062
12e eeuw
kasteel


Wie door de toegangspoort van Kasteel Heeswijk de kinderkopjes van de binnenplaats betreedt, stapt van het ene op het andere moment een andere wereld binnen. De rust, de stijl en de dynamiek van bijna duizend jaar historie, nemen u direct bij de hand en creëren een aangenaam soort energie.

Om kort te gaan, Kasteel Heeswijk behoort tot de meest karakteristieke historische locaties van Nederland. De tegelijkertijd robuuste én sierlijke voormalige waterburcht, is monumentaal gelegen in de bossen iets ten zuidoosten van ’s-Hertogenbosch, en opent de poort naar een dynamische wereld. Feestelijk of ingetogen. Vrolijk, stijlvol, intens maar hoe dan ook meeslepend. Laat u overtuigen van de kracht van de lijfspreuk van Kasteel Heeswijk: "KASTEEL HEESWIJK, VIER SEIZOENEN INSPIRATIE".

Kasteel Heeswijk – met zijn brede slotgracht - is een unieke locatie voor uw bruiloft, feest of vergadering, maar is ook het inspirerende decor, waartegen zich door het jaar heen vele tientallen evenementen, concerten, open dagen, exposities, demonstraties en theatervoorstellingen afspelen.

Kasteel Heeswijk beschikt sinds enige jaren over zijn eigen brasserie: Brasserie Het Koetshuis, een sfeervolle en eigentijds ingerichte horecagelegenheid met terras, waar ontspannen genoten kan worden van een kop koffie, een tussendoortje, een uitgebreide lunch, een aangekleed drankje of een happy hour. Na een rondleiding, een concertbezoek, een fietstocht of gewoon zomaar.

Historia

Het kasteel heeft aanvankelijk de vorm van een motte: een kunstmatig uit lagen klei, leem en zand opgeworpen en omgrachte ronde ‘vluchtheuvel’ met een gebouwtje erop, waarschijnlijk een toren, opgetrokken uit tufsteen, ijzeroer en hout.
In de dertiende eeuw komt het kasteel via huwelijk in bezit van het geslacht van Benthem. Aan de zuidwestkant van de motte worden aan het einde van die eeuw een ronde toren en een vierkante poorttoren gebouwd.

Kanonnenmuur en weergangen
Rond 1370 weet het kasteel bestormingen door de Geldersen en Gulickers te doorstaan. Willem van der Aa, schepen van Den Bosch, koopt het kasteel en begint aan een ambitieus bouwplan voor een groot vierkant kasteel. Rondom de motte wordt een zeskantige drie meter dikke ringmuur aangelegd, voorzien van schietgaten voor modern kanonnengeschut. Om een symmetrisch ideaalbeeld te krijgen wordt in de noordwesthoek begonnen met de bouw van de grote arkeltoren als tegenhanger van de ronde toren aan de zuidwesthoek. Op de kelders komt aan de noordwestkant een woonvleugel van twee verdiepingen. Omstreeks 1400 is het kasteel in het bezit gekomen van Ridder Hendrik van der Lecke. Een traptoren met een spiltrap wordt gebouwd om de noord- en oostvleugel te ontsluiten. Aan de oostkant wordt op de kelder met tongewelven begonnen met de bouw van een zaalvleugel.

Vermoedelijk voltooit dochter Johanna van der Lecke rond 1450 het bouwplan. In de ringmuur aan de afgeschuinde noordoostkant wordt boven de keuken op de eerste verdieping een overdekte weergang aangelegd. Met Cornelis de Glymes, heer van Zevenbergen, die de heerlijkheid Heeswijk en Dinther in 1499 koopt, begint de laatgotische bouwfase. De woonvleugel krijgt een extra bouwlaag. De vertrekken worden hoger en voorzien van grote kruisvensters en fraaie schouwen. Op zolder wordt een tweede overdekte weergang aangelegd. Deze staat via het kleine arkeltorentje in verbinding met de weergang op de eerste verdieping. Aan de zuidkant komt een zuilengalerij met waarschijnlijk een zaal erboven. In die tijd zal ook de neerhof ongeveer zijn huidige vorm krijgen. Het kasteel ontwikkelt zich al relatief vroeg tot een representatieve woonresidentie, maar met behoud van de defensieve kwaliteiten. Met zijn schietgaten op kelderniveau en de dubbele weergang trotseert het kasteel in 1518 Maarten van Rossum met zijn Gelderse troepen.

Prins Frederik Hendrik
In 1554 koopt Jan Graaf van Oost Friesland het Huis Heeswijk met de heerlijkheden Heeswijk en Dinther. Kort daarna begint de Nederlandse opstand. Pogingen van Prins Maurits om in 1601 en 1603 het kasteel in te nemen mislukken. In 1629 slaagt Prins Frederik Hendrik tijdens het beleg van Den Bosch er wel in en krijgt zonder verzet het kasteel in handen. Het kasteel blijft daarbij gespaard. Intussen is in 1621 Jan ’t Serclaes kasteelheer geworden.

Adellijke residentie
In 1649 wisselt het kasteel al weer van eigenaar en gaat over naar Mathijs van Asperen, de eerste protestantse bezitter van het kasteel. Het kasteel verliest zijn defensief karakter en wordt grootscheeps verbouwd. De weergangen worden nagenoeg gesloopt. Vloerniveaus worden verhoogd en tussenmuren verplaatst. Er komen plafonds in barokke stijl. De afgeschuinde noordoostvleugel behoudt zijn drie verdiepingen. Om daar ook de vertrekken te ontsluiten wordt nabij de traptoren inpandig een nieuw trappenhuis gebouwd.

De buitengevels krijgen een nieuwe vensterindeling. De houten bruggen worden nu in steen opgetrokken. In deze periode bereikt het kasteel zijn grootste omvang en heeft het de grandeur van een adellijke residentie met torens als symbool van adeldom en macht.

Lodewijk XIV en het Verdrag van Heeswijk
Op dit hoogtepunt neemt Lodewijk XIV in juli 1672 zijn intrek op Kasteel Heeswijk in zijn strijd - samen met de Engelse koning Karel II en de bisschoppen van Munster en Keulen - tegen de Republiek der Nederlanden. Op het kasteel wordt het Verdrag van Heeswijk gesloten: ‘Nader tractaet tusschen Vranckryk en Engeland, op den 16.July 1672. in ’t Fransche Leger gecampeert te Heeswyck..’ Na het vertrek van de Zonnekoning ziet het kasteel er al snel gehavend uit, zoals blijkt uit de oudst bewaard gebleven afbeelding van het kasteel.

Nadat van Asperen door grote schulden alle rechten op zijn kasteel is verloren komt het kasteel in 1684 in handen van de Bossche schepenenfamilie Van der Hoeven. Het kasteel wordt een comfortabel buitenhuis. In 1713 worden op het kasteel de preliminaire voorwaarden voor de Vrede van Utrecht vastgesteld, die een einde moesten maken aan de Spaanse Successieoorlog.

Op de noordelijke woonvleugel na is de hoofdburcht dan vrijwel tot borstweringshoogte gesloopt. De binnenplaats komt vrij te liggen. De restanten van de ronde toren krijgen de vorm van een theekoepel. De woonvleugel wordt opgelapt. De salon aan de noordkant wordt voorzien van een groot balkon.

Pichegru
Door huwelijk komt het kasteel in 1740 in bezit van de familie Speelman. Tijdens de Franse Revolutie dient het kasteel in 1794 eerst als hoofdkwartier van de Engelse luitenant-generaal Abercrombie en de Engelse prins Ernst August. Daarna bezet de Franse generaal Pichegru het kasteel en vestigt er zijn hoofdkwartier om van hieruit het beleg van Den Bosch te leiden.

Verkoping van heerlijkheden en wildrijke jachten
In 1826 gaan de erven Speelman over tot ‘Publieke verkooping van de riddermatige- en oud-adellijke grond-heerlijkheden Heeswijk en Dinther, met alle regten en geregtigheden daaraan gehoorende, de wildrijke jagten, en uitgestrekte visscherijen, tienden, cijnsen, kasteel, bouwhoeven, teel-, wei- of hooi- en boschlanden, door het ministerie van den notaris Petrus Henricus van Fenema’.

Tot publieke verkoop komt het echter niet. Pas in 1834 koopt de Belg Andreas Baron van den Bogaerde van Terbrugge, van 1830 tot 1842 gouverneur van Noord-Brabant, het kasteel met landerijen voor de som van 72.500 gulden. Samen met zijn vrouw Eugénie Papejans van Morchoven genaamd Van der Strepen en hun kinderen Amedeus, Louis en Alberic wordt hij de nieuwe bewoner van Kasteel Heeswijk.

Het kasteel staat aan het begin van een nieuwe bloeiperiode. Aan de binnenplaats bouwt hij tegen de middeleeuwse woonvleugel een neogotische aanbouw met spitsboogramen. In de nieuwe vleugel worden onder andere de vestibule, eetzaal en slaapappartementen ondergebracht. De salon in de middeleeuwse vleugel wordt vergroot. De bouw van een nieuwe hoge toren van vijf verdiepingen aan de noordoostkant moet als tegenhanger van de grote arkeltoren het aanzien van een stoere middeleeuwse burcht versterken. Het romantische beeld wordt compleet door alle buitengevels te voorzien van een grijze pleisterlaag met tal van ornamenten en tierelantijnen.

Musée De Bogaerde
Gouverneur van den Bogaerde is een groot verzamelaar van kunst en oudheden, die hij in het kasteel onderbrengt. Na zijn dood in 1855 gaan bij testament het kasteel, de landerijen en de collectie over aan zijn twee ongehuwde zonen Louis en Alberic, welke laatste op kasteel Nemerlaer te Haaren woont. De oudste zoon Amedeus, gehuwd met Ottelina van Tuyll van Serooskerken en kamerheer bij Koning Willem II, wordt vanwege grote familieschulden uitgekocht. Samen breiden de twee broers Louis en Alberic de collectie van hun vader aanzienlijk uit. Het kasteel krijgt als museum nationale en zelfs internationale faam. Al rond 1860 wordt het vergeleken met Musée de Cluny in Parijs.

Van Wapenzaal tot Chinees bordjesplafond
Al voor 1865 wordt de neogotische aanbouw met een etage opgehoogd. Hier komen onder andere de werk- en slaapkamer van jonker Alberic en de Atlaskamer. Met architect Snickers als huisarchitect bouwen de twee jonkers vanaf 1870 verder aan het kasteel om de als maar uitdijende verzameling kunst en oudheden te kunnen herbergen. Op de plaats van de verdwenen middeleeuwse zaalvleugel verrijst de Wapenzaal met een grote erker boven de gracht. Aan de zuidkant wordt een open galerij met spitsbogen gebouwd met uitzicht op het Aadal.

Op de plaats van de middeleeuwse zuidwestertoren komt de robuuste IJzertoren en aan de oostkant de Watertoren, in de keldergewelven van de woonvleugel een grote wijnkelder en een ijskelder. Ook het kasteelinterieur wordt grondig onder handen genomen. Jonker Louis richt voor zichzelf een slaapappartement in Rembrandtiaanse sfeer in met een torenkamertje voorzien van een opmerkelijk plafond van Chinese bordjes.

De meeste overige vertrekken worden voor de uitpuilende collectie kunst en oudheden bestemd en krijgen namen als Zilverkamer, Tinkamer en Porceleinkamer. De IJzertoren bevat naast een galerij voor de grote verzameling smeedwerk de Beeldenzaal. Ook de Neerhof wordt gerenoveerd en biedt onderdak aan de smederij, stallen, remise en de collectie rijtuigen en folterwerktuigen. Rondom de binnentuin wordt een nieuwe muur opgetrokken. In de omgrachte moestuin buiten het kasteel wordt een plantenkwekerij ingericht met een langwerpige en een octogonale koepelserre.

Aangrenzend worden een tuinmanshuis gebouwd en een pootmeestershuis annex ‘uitspanning’. De bruggen worden uitgedost met romantische wachttorentjes, kantelen met leeuwen, luidklokken en ijzersmeedwerk. Hoog uit de torens steken tal van kanonnen, die krijgshaftig moeten verwijzen naar de voorbije middeleeuwen.

Jonker Alberic en zijn bizarre testament
Jonker Alberic erft na de dood van zijn broer Louis in 1890 de bezittingen en komt samen met zijn dienstbode en geliefde Jacoba Janssen op Kasteel Heeswijk wonen. Al vijf jaar later, in 1895, overlijdt hij, nadat hij op zijn sterfbed door de Abt van Berne met Jacoba in de echt is verbonden.

Kasteel Heeswijk is dan op een nieuw – nu hoogromantisch – hoogtepunt aanbeland. Maar net als in het rampjaar 1672 volgt snel een kentering. Het voor de erfgenamen bizarre testament van Jonker Alberic is gericht op behoud van het museum met de enorme collectie en van het gehele landgoed met zo’n 75 boerderijen en 1400 hectare grond.

Alles moet blijven zoals het is tot december 1963, als de jongste erfgenaam, zijn twaalfjarige achterneef Jonkheer Otto van den Bogaerde van Terbrugge de leeftijd van tachtig zal hebben bereikt. Tot die tijd mag het kasteel ook niet bewoond worden. Maar de familie ziet liever geld en wint een aangespannen rechtszaak in die zin, dat de roerende goederen al verkocht mogen worden. Jacoba trouwt met slotsmid Hein van Balkom en verlaat het kasteel.

Wereldwijd verspreid
Tussen 1897 en 1903 wordt de Collectie Van den Bogaerde op een aantal grote, opzienbarende veilingen verkocht. De talloze wapens, harnassen, schilderijen, meubels, beelden, porselein, aardewerk, zilverwerk, smeedwerk, enkele duizenden flessen wijn, duizenden sigaren etcetera brengen meer dan zeshonderdduizend gulden op. Ze raken wereldwijd verspreid. Jonker Alberic zal de laatste adellijke bewoner van de hoofdburcht zijn. Na de grote veilingen blijft er een museum over van ‘restanten’. De testamentair aangestelde bewindvoerder ziet tot 1963 toe op naleving van het testament.

'Look out below!'
In de Tweede Wereldoorlog blijft het kasteel op enkele torenspitsen na vrijwel onbeschadigd. In september 1944 luidde tijdens de Operatie Market Garden de landing van Amerikaanse parachutisten van de 101-ste Airbornedivisie rond het kasteel de bevrijding van Zuid-Nederland in. Een van hen, aalmoezenier Francis L. Sampson, doet er verslag van in zijn boek ‘Look out below’. Jonkheer Otto overlijdt al in 1947 en maakt de afloop van het testament niet meer mee, wel zijn twee dochters en zijn broer Baron Willem.

Als een Loire-kasteel
Rond 1940 laat Baron Willem door tuin- en landschapsarchitect Copijn de Engelse binnentuin aanleggen en krijgt na de Tweede Wereldoorlog toestemming om het Koetshuis te verbouwen tot zijn adellijke woning. In 1949 neemt hij er samen met zijn echtgenote Baronesse Albertine van Heeckeren van Kell zijn intrek. Als Heer van Heeswijk en Dinther begint hij met het herstel van de oorlogsschade aan een lange periode van restauraties. Hij ontdoet het kasteel zoveel mogelijk van zijn ‘romantische dwaasheden’ en geeft het zowel middeleeuwse als renaissance- en classicistische trekken, die met een nieuw aangelegde tuin vóór het kasteel in Franse stijl het aanzien moeten geven van een Loire-kasteel.

Als in 1964 het testament ten einde is verkoopt de familie een groot deel van het landgoed, waaronder Kasteel De Nemerlaer en tientallen boerderijen. Een deel van de resterende collectie wordt geveild. Baron Willem vult de collectie aan, onder andere met een bijzondere iconenverzameling. In 1974 overlijdt Baron Willem op tweeënnegentigjarige leeftijd tijdens een rit door de oprijlaan. Zijn huwelijk met Baronesse Albertine is kinderloos gebleven. Na de dood van de baron roept de barones Stichting Kasteel Heeswijk in het leven met als doel de toekomst van het kasteel veilig te stellen. Hiermee breekt voor Kasteel Heeswijk een nieuwe levensfase aan.

Nieuw leven voor een negenhonderdjarige
Na een omvangrijke restauratie krijgen de keldergewelven een horecafunctie, de Wapenzaal wordt trouwzaal. Diverse kamers worden nieuw ingericht. Er vinden kasteelconcerten plaats. Vierennegentig jaar oud sterft Baronesse Albertine in 1994 in het Koetshuis. Kasteel Heeswijk verliest daarmee de laatste adellijke bewoner. Met extra steun van de provincie Noord-Brabant in 1996, bij gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan van de provincie, kan de grootscheepse restauratie van de hoofdburcht worden voltooid.

In 2000 is de hoofdburcht weer opengesteld voor publiek en krijgt het zijn museumfunctie terug.Tal van activiteiten vinden er plaats. Intussen is ook de voorburcht met het poortgebouw en het koetshuis gerestaureerd. Hier zijn nu ontvangst- en vergaderruimtes ondergebracht. Ook de de IJzertoren, met zijn bijzondere vloer met afbeeldingen in koper van zes hertogen en hertoginnen van Brabant, is nu gerestaureerd en de Wapenzaal heeft zijn erker en arkeltorentje terugkregen.

Kasteel Heeswijk herleeft
Aan het begin van de eenentwintigste eeuw zit het kasteel, na een lange restauratieperiode, weer lekker in zijn ‘vel’ en kan het pas goed zijn markante geschiedenis laten beleven. Het meer dan negenhonderd jaar oude Kasteel Heeswijk treedt zo een nieuw, vitaal leven tegemoet, gedragen door een rijke culturele traditie.
Kies categorie voor meer info
Vergaderen Trouwen Feesten Museaal Dineren

Snel kiezen